Uitgangspunten bij het inenten van puppy's

De reeks inentingen bestaat gewoonlijk uit 2 tot 3 vaccins, maar dit is afhankelijk van het type dat door uw dierenarts wordt gebruikt. Puppy's moeten voor het eerst worden ingeënt als ze tussen de zes en negen weken oud zijn (afhankelijk van het type vaccin dat wordt gebruikt). Tegenwoordig raden de meeste dierenartsen aan (verplicht voor de meeste kennels) de hond te vaccineren tegen parvovirus, hondenziekte, hepatitis en leptospirose. Eventueel kan nog worden ingeënt tegen een of meer veroorzakers van kennelhoest (handig bij deelname aan shows of verblijf in kennels) en hondsdolheid (verplicht bij reizen naar het buitenland). Puppy's mogen pas 1 tot 2 weken na de laatste inenting in aanraking komen met andere honden of worden toegelaten tot openbare gelegenheden. Voor een constante immuniteit zijn bovendien jaarlijks herhalingsprikken nodig. Op het moment van inenten moeten puppy's gezond zijn. Bespreek eventuele vragen over het inenten met uw dierenarts.
Infectieziekten bij honden:
Parvovirus
Het parvovirus is een klein maar extreem sterk virus dat lange tijd in de omgeving kan overleven. De ziekte stak voor het eerst de kop op rond 1970 en werd een epidemie waaraan duizenden honden overleden voordat er een effectief vaccin was gevonden. De belangrijkste bron van infectie zijn de uitwerpselen van geďnfecteerde honden. Bovendien kan het virus worden verspreid via schoenen, kleding en de vacht en voetzolen van honden. De ziekte kan leiden tot snelle en ernstige uitdroging met overlijden tot gevolg. Symptomen van het parvovirus zijn:
- Depressie
- Ernstig braken
- Weigering van voedsel en water
- Buikpijn
- Overvloedige, stinkende, bloederige diarree
Hondenziekte (ziekte van Carré)
Hoewel deze ziekte dankzij vaccinatie aanzienlijk minder voorkomt, bestaan er nog altijd kleine infectiehaarden onder niet-gevaccineerde honden, waardoor met name in grote steden geregeld lokale uitbraken voorkomen. De belangrijkste bron van infectie is inademing tijdens direct contact met andere honden. De symptomen openbaren zich soms pas na drie weken. Honden die jonger zijn dan een jaar, zijn er het gevoeligst. Honden die overleven kunnen er misvormde tanden aan overhouden of op latere leeftijd zenuwtrekjes ontwikkelen. Symptomen van hondenziekte zijn:
- Loopneus en -ogen
- Hoesten en braken
- Ongewone moeheid/lusteloosheid
- Gebrek aan eetlust en diarree
- Na enkele weken kunnen de voetzolen dikker worden.
- Na enkele weken tot jaren kunnen er zich zenuwtrekjes ontwikkelen, waaronder stuiptrekkingen of zelfs beroertes.
Besmettelijke hepatitis (canine adenovirus type I)
Hepatitis bij honden, die voornamelijk de lever aantast, kan al snel fataal zijn. Het virus wordt overgedragen door direct contact tussen honden. De infectieuze virusdeeltjes worden uitgescheiden in alle lichaamsvloeistoffen (urine, uitwerpselen, bloed, speeksel en neusvocht). Honden die van de ziekte genezen, kunnen nog tot een jaar daarna een bron van infectie zijn. Honden zijn er het gevoeligst voor in hun eerste levensjaar, maar blijven op elke leeftijd vatbaar. Symptomen van besmettelijke hepatitis zijn:
- Gebrek aan eetlust
- Zeer hoge temperatuur
- Lusteloosheid
- Buikpijn
- Bleek tandvlees
- Braken en diarree
- Geelzucht (in een later stadium van de ziekte)
- Sommige honden die herstellen kunnen een vertroebeling van het hoornvlies ontwikkelen (blauw oog).
Leptospirose
Leptospirose wordt veroorzaakt door bacteriën die zich verspreiden in de urine van besmette dieren. Het kan worden overgedragen op mensen door huidcontact met besmette urine. Bij honden kent deze ziekte twee hoofdvormen:
a) Leptospira icterohaemorrhagiae (Ziekte van Weil)
Deze vorm wordt gewoonlijk overgedragen door ratten, meestal door contact met besmette urine of water waarin ratten leven. Het belangrijkste orgaan dat wordt aangetast is de lever, hoewel ook de nieren beschadigd kunnen worden raken. In ernstige gevallen kunnen besmette dieren binnen enkele uren overlijden. Symptomen zijn ondermeer:
- Hoge temperatuur
- Meer dorst en plassen
- Lusteloosheid
- Buikpijn
- Bloederige diarree en braken
- Geelzucht
Deze vorm kan worden opgelopen door besmette urine van andere honden. De symptomen zijn vaak wat milder en de nieren zijn de belangrijkste organen die worden aangetast. Geelzucht komt minder vaak voor. Honden die herstellen kunnen tot wel een jaar daarna bacteriën uitscheiden in hun urine waardoor ze een bron van infectie blijven voor andere honden.
Kennelhoest (infectieuze tracheobronchitis)
Kennelhoest is een besmettelijke aandoening aan de bovenste luchtwegen die gewoonlijk voorkomt op plekken waar honden direct met elkaar in contact zijn, zoals in dierenpensions en opvangcentra, tijdens shows, enz. Hierbij spelen verschillende ziekteverwekkers een rol. Inentingen worden gewoonlijk slechts gegeven voor een of twee van deze ziekteverwekkers. Het vaccin wordt gewoonlijk toegediend in de vorm van neusdruppels. Symptomen van kennelhoest zijn bijvoorbeeld:
- Droge hoest die mogelijk leidt tot kokhalzen
- Matige vermoeidheid en verlies van eetlust
- Lichte verhoging
Hondsdolheid.
Hondsdolheid is een virus dat alle warmbloedige wezens kan treffen. Voor zowel mensen als huisdieren vormt de beet van een dol, wild dier de belangrijkste bron van hondsdolheid. De incubatietijd voordat symptomen de kop op steken kan erg variëren, maar ligt gewoonlijk tussen de twee tot acht weken. Kort voordat de symptomen optreden, gewoonlijk minder dan tien dagen, wordt het virus afgegeven met het speeksel. De symptomen doen zich gewoonlijk voor in drie fasen:
- Prodromale fase - duurt 2 tot 3 dagen en bestaat uit gedragsveranderingen, minder en langzamere oogreflexen en kauwen op de plaats van de beet.
- Onstuimige fase - duurt 2 tot 4 dagen en bestaat uit prikkelbaarheid, rusteloosheid, blaffen, agressie, aanvallen op levende en levenloze voorwerpen, onverklaarbaar ronddolen, desoriëntatie en attaques.
- Paralytische fase - duurt 2 tot 4 dagen en bestaat uit verlamming die begint op de plaats van de beet. Verlamming van de keel en het aangezicht veroorzaken een omlaag vallende kaak, kwijlen, schuim op de bek en een veranderde blaf. Deze tekenen worden gevolgd door depressie, coma en overlijden door ademstilstand.

